PENSIOENEN PARTICULIER


Pensioen in drieën
Een goed pensioen bestaat doorgaans uit drie delen: de AOW, het pensioen dat u via uw werkgever opbouwt en een privé-pensioenvoorziening. Het gaat erom dat het totaal van deze drie voldoende is voor úw oudedagsvoorziening.

AOW
De AOW is de uitkering die u vanaf uw 65ste van overheidswege ontvangt. Klik hier voor de juiste gegevens en bedragen. ld. Omdat slechts AOW in veel gevallen een ernstige inkomensterugval betekent, is het verstandig een aanvullend pensioen op te bouwen, via uw werkgever en/of een privé-regeling.

Werkgeverspensioen
In principe kan uw werkgever u drie soorten pensioenregelingen aanbieden.

  • Eindloonregeling
    Bij de zogenaamde eindloonregeling bouwt u een pensioenuitkering op ter hoogte van 70% van uw laatstverdiende salaris.

  • Middelloonregeling
    Bij de middelloonregeling bouwt u een pensioenuitkering op ter hoogte van 70% van uw gemiddeld verdiende salaris.

  • Beschikbare premie
    Bij het beschikbare premiesysteem stelt uw werkgever u een premie ter beschikking, die voor u wordt belegd. Van de opbrengsten koopt u te zijner tijd een pensioen aan.

Privé-pensioen
Als u 70% van uw laatstverdiende salaris opbouwt, blijft u na uw pensionering beschikken over ongeveer dezelfde inkomsten. Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de Nederlanders deze 70% norm niet haalt. Is er bij u sprake van een pensioentekort, dan kunt u dit met een privé-regeling, zoals een lijfrente of koopsompolis, opvangen.

Check uw pensioen
Hoe is mijn pensioen opgebouwd? Wat is een goed pensioen? Kan ik eerder stoppen met werken en wat kost dat? Wat zijn de gevolgen voor mijn pensioen wanneer ik van werkgever ben veranderd? Heb ik een WAO of ander hiaat? Check hier uw pensioen.  Het gaat om een globale berekening, indien u exacte gegevens wenst, dient u contact met op te nemen.

 

Partnertoeslag AOW

 

Wat is de partnertoeslag AOW?

Iedere burger in Nederland krijgt zelfstandig een AOW-pensioen uitgekeerd bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Zodra uw partner ook 65 jaar wordt, ontvangt hij of zij eveneens 50% van het netto minimumloon. Samen hebt u dan een volledig AOW-pensioen. In de tussenliggende periode, dus als de jongste partner nog geen 65 jaar is, kan de gepensioneerde nu nog recht hebben op een partnertoeslag AOW. Die toeslag wordt alleen uitgekeerd als de jongste partner geen of weinig eigen inkomen heeft. Er wordt daarbij alleen gekeken naar het inkomen uit arbeid (een baan), of inkomen in verband met arbeid (een sociale uitkering of VUT).

Hoe hoog is de partnertoeslag AOW?

De partnertoeslag is gebaseerd op het netto AOW voor gehuwden, zodat een (echt) paar samen tenminste een inkomen op sociaal minimumniveau heeft. Hoe meer inkomen de jongste partner heeft, hoe lager de toeslag. Daarbij geldt dat het inkomen uit arbeid voor een deel buiten beschouwing blijft (15% van het bruto minimumloon plus een derde van het meerdere). Inkomen in verband met arbeid (een sociale uitkering of VUT) wordt volledig op de toeslag in mindering gebracht.

Wat verandert er in 2015?

Mensen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden, ontvangen geen partnertoeslag AOW meer. De partner die als eerste 65 wordt, ontvangt alleen zijn of haar deel van het AOW-pensioen. Uw gezamenlijk inkomen kan hierdoor tijdelijk lager worden dan verwacht.
Hoe lang u samen minder inkomen hebt, wordt bepaald door het leeftijdsverschil tussen u en uw partner. Bent u bijvoorbeeld twee jaar ouder dan uw partner, dan ontvangt u samen twee jaar lang alleen úw AOW-pensioen. Bent u vijf jaar ouder, dan geldt dat voor een periode van vijf jaar.

Waarom stopt de partnertoeslag AOW?

De partnertoeslag AOW is nog gebaseerd op het oude kostwinnerschap van de man. De laatste jaren is het aantal tweeverdieners echter flink gestegen, waardoor steeds meer vrouwen een eigen inkomen hebben.
In 2015 wordt het aantal tweeverdieners geschat op 75% van alle samenwonenden. Het kabinet sluit met het schrappen van het partnerpensioen aan bij de voortschrijdende emancipatie en toenemende economische zelfstandigheid van vrouwen. De wetswijziging die dit regelt, is al sinds 1 januari 1996 van kracht.
Pas vanaf 1 januari 2015 wordt de toeslag niet meer uitgekeerd. Dat geeft u de tijd om, indien nodig, maatregelen te treffen.

Welke maatregelen kunt u nemen?

Er is een aantal mogelijkheden om de afschaffing van de partnertoeslag op te vangen:

  • De jongste partner vindt een baan;
  • Sparen op een gewone spaarrekening;
  • Sparen via de jaarlijkse inleg van de bedrijfsspaarregeling;
  • Aanschaf van een koopsompolis, spaarverzekering of andere spaar-en beleggingsmogelijkheden. Laat u hierbij goed adviseren door een financieel deskundige.

Wanneer hoeft u geen maatregelen te nemen?

U hoeft nu geen maatregelen te treffen om de gevolgen van de afschaffing van de AOW-partnertoeslag in 2015 op te vangen, als:

  • de jongste partner verwacht tegen die tijd voldoende eigen inkomen te hebben;
  • u vanaf 2015 verwacht ook zonder extra voorzieningen te kunnen rondkomen. Dit kan het geval zijn als uw bestedingspatroon tegen die tijd sterk is veranderd, bijvoorbeeld omdat de hypotheek bijna is afgelost of de kinderen zelfstandig wonen;
  • het leeftijdsverschil tussen u en uw partner heel klein is en het dus om een relatief klein bedrag gaat.

Partnertoeslag en aanvullend pensioen

Hebt u een aanvullende pensioenregeling waardoor u straks bijvoorbeeld 70% van uw laatstverdiende loon ontvangt en denkt u hiermee het tekort op te vangen? Let er dan op of uw pensioenverzekeraar rekening heeft gehouden met het stopzetten van de partnertoeslag AOW. In die 70% zitten namelijk uw AOW-pensioen en een eventuele partnertoeslag vaak verrekend.

U bent voor 1 januari 1950 geboren?

In dat geval verandert er voor u niets. U blijft de partnertoeslag gewoon ontvangen tot uw jongere partner 65 jaar wordt en een AOW-pensioen krijgt. Ook voor mensen die op dit moment een partnertoeslag ontvangen, verandert er niets.

 

Beleid in wording: Verhoging AOW-leeftijd

 

Op 16 oktober 2009 is de Ministerraad akkoord gegaan met het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel is voor advies naar de Raad van State gezonden.

Wat verandert er?

Het kabinet verhoogt de AOW-leeftijd  naar 67 jaar.

In aansluiting op de verhoging neemt het kabinet maatregelen met het oog op de arbeidsmarktpositie van ouderen, de positie van mensen in zware beroepen en de positie van mensen met een lang arbeidsverleden.

Waarom doet het kabinet dit

Het optrekken van de AOW-leeftijd naar 67 jaar is nodig om de gevolgen van de vergrijzing en de stijgende levensverwachting op te vangen. Dat daar nu over besloten moet worden, komt omdat we in Nederland als gevolg van de crisis sneller door de reserves heengaan die met het oog op de vergrijzing waren geschapen.  De vergrijzing zet de betaalbaarheid van ons sociale stelsel onder druk; ook zijn er steeds minder mensen die het werk kunnen doen.

Wie krijgen er mee te maken?


Van ouderen die vlak voor het pensioen staan kan niet worden verwacht dat zij plotseling twee jaren langer moeten werken. Ook werkgevers moeten in hun personeelsbeleid met de wijzigingen rekening kunnen houden. Daarom zullen alle mensen, die voor 1 januari 2010 55 jaar of ouder zijn, op 65-jarige leeftijd recht houden op AOW. Daarna zal vanaf 2020 de AOW-leeftijd op 66 jaar komen te liggen en wordt de AOW-leeftijd in 2025 naar 67 verhoogd.

 

Wanneer gaat de verandering in?

In 2020 gaat de AOW-leeftijd in een eerste stap omhoog.

Wetgeving die samenhangt met de verhoging van de AOW-leeftijd zal vóór 2020 aan de nieuwe leeftijd worden aangepast. Het kabinet kiest bewust voor een ruime overgangsperiode om werkgevers en oudere werknemers meer kans te geven zich op de verhoging voor te bereiden, in het bijzonder ook mensen die zware beroepen vervullen.

Zo moeten werkgevers en werknemers bijvoorbeeld tijdens de eerste overgangstermijn van tien jaar een ‘duurzaam inzetbaarheidsbeleid’ invoeren. Dat moet ervoor zorgen dat werknemers in goede gezondheid en in goede omstandigheden hun werk kunnen blijven doen tot 67 jaar. Van belang zijn daarbij goede arbeidsomstandigheden, om- en bijscholing en loopbaanbeleid. Het kabinet legt de verplichting van een duurzaam inzetbaarheidsbeleid vast met een wijziging van de Arbowet.

 

Zeker zijn van voldoende inkomsten?
Wilt u ook na uw pensionering zeker zijn van voldoende inkomsten? Neem dan contact op met de pensioenspecialisten van CFAI Intermediair BV.